
Accountants zouden als speurhonden op jacht moeten naar potentiele fraudegevallen en zouden niet moeten wachten tot zij bij toeval een fraude ontdekken. Door Prof. Dr. Marcel Pheijffer RA is de discussie op gang gebracht over de plicht van accountants om fraude aan het licht te brengen; zie het FD-artikel van 29 augustus jl. getiteld: ‘Dat accountant moet bijdragen aan fraudebestrijding is een oud verhaal’.
Indicatoren die wijzen op fraude
Peter Schimmel van Grant Thornton, bracht daartegenin dat fraudeurs hun activiteiten per definitie verbergen en je de accountant dus niet kunt verplichten deze aan het licht te brengen. Dat klinkt logisch, maar is het ook waar? Om dit te kunnen bepalen, is het nuttig om te bepalen hoe fraudes, corruptie of integriteitsissues tot ontwikkeling komen. Zijn er indicatoren die wijzen op fraude, indicatoren die voor accountants als waarschuwingssignaal kunnen dienen? Het antwoord is hierop is verrassend simpel en eenduidig.
Pretpark in Polen
Denkt u even met mij mee. Neem een lang zittende, financieel directeur met een commerciële verantwoordelijkheid in een neergaande markt, in een bedrijfscultuur die, blijkens concrete voorbeelden, doordrenkt is van onderlinge bevoordeling. Deze financieel directeur neemt op enig moment de stap om werk te kopen of de cijfers zo te presenteren dat het lijkt of de zaken voorspoedig gaan. Denk bijvoorbeeld aan de IMTECH-case. Daar werden zaken weggegeven door het management om in Polen een pretpark van de grond te krijgen en zo de vooruitzichten als zeer veelbelovend voor te kunnen stellen. Meer algemeen gesteld: persoonlijkheidskenmerken, de maatschappelijke en organisatorische context en de agenda van een functionaris voorspellen dat corruptie, fraude of integriteitskwesties zich kunnen voordoen.
Rol van accountant
Kan een accountant gemakkelijk een oorzaak-gevolg-relatie ontdekken tussen bovengenoemde omstandigheden en het optreden van fraude? Het antwoord is nee. Het betreft altijd een combinatie van macro-economische factoren en kenmerken van de organisatie en het individu. De casus is dus altijd uniek, met een complex van factoren dat op zich niet tot fraude hoeft te leiden, maar wel een sterke indicatie voor fraude vormt. Kortsluiting hoeft niet tot brand te leiden, maar brand treedt wel vaker op wanneer er een kortsluiting is.
De leider als koning
Een andere factor van belang is de invulling van het leiderschap in een organisatie. Als een verzameling individuen zich na verloop van tijd door een leider tot een groep ontwikkelt en de groep de leider een zekere mate van macht gunt, zal de leider na verloop van tijd koningsgedrag gaan vertonen en zich bepaalde privileges toeëigenen, in de wetenschap dat de groep dat zal legitimeren. Dit gedrag is meetbaar door middel van tekstanalyse van email-verkeer analyse van groepsdynamiek. In een corporate omgeving moeten we deze indicatoren uiteraard zorgvuldig toetsen. In veel landen met culturen die zich kenmerken door autoritair leiderschap en clankarakteristieken is deze constellatie van factoren echter eenvoudig waarneembaar en is de kans op fraude 100%. Zie voor een overzicht van landen die voldoen aan deze voorwaarde de site van Transparency International. Autoritair en dominant gedrag en zelfverrijking met goedkeuring van de gemeenschap zijn ook direct te relateren aan de cultuurkenmerken zoals die zijn gedefinieerd door hoogleraar Geert Hofstede.
Meer onder zoek is geboden
Accountants kunnen dus wel degelijk een risicobeoordeling geven van integriteitskwesties, door zich meer te verdiepen in de criminologische, sociaalpsychologische en sociaaleconomische kenmerken van hun onderzoeksobject. Peter Schimmel en Marcel Pheijffer hebben dus allebei gelijk. Meer wetenschappelijk onderzoek is geboden.